Om te beginnen wil ik graag wat rechtzetten. Voor mezelf en wellicht voor anderen die op dezelfde golflengte zaten als ik voordat ik het avondtuur aanging. Men spreekt vaak van A -en B-artiesten. Lullig om in een hokje te worden geplaatst, maar so be it. De een geniet meer populariteit dan de ander. A scoort beter dan B. B wil vaak A zijn, A niet B. En dan hebben we C er nog buiten gelaten. A heeft zijn image te beschermen. Dus op het moment dat een A-artiest benaderd wordt om deel te nemen aan Bobo’s in the Bush en de rest van de lijst van deelnemers te licht acht, dan haakt deze al snel af. Zo kan ik me voorstellen dat de makers van Bobo’s een aardige kluif hebben gehad om een degelijke kijkcijfertrekkende club samen te stellen. Maar hallooo, het zijn de karakters die het uiteindelijk maken. Zat er in Big Brother een bekende Nederlander? Dit moeten de makers ook gedacht hebben. Als je je vast zou houden aan het ABC model, dan is Bobo’s 2004 rommelig. Laat het varen en je hebt een geweldige evenwichtige club bij elkaar. Een club met prachtige karakters. Humoristische, temperamentvolle, emotionele, introverte, extraverte, dominante, vijandige, vredige, competatieve, sociale en lichamelijk ingestelde gewone rete interessante mensen! Zelf heb ik twee jaar lang niet mee willen doen. Waarom niet? De lijst van deelnemers was niet zodanig dat ik me daar op mijn gemak bij zou voelen. Ik ga voornamelijk voor de fun en voor de ervaring. En genieten kan ik bijna niet alleen, ik moet het delen met mensen die ik graag om heen heb. En daar bovenop kwam nog dat een spelregel als wegstemmen me niet lekker zat. Ik vond het maar een flut regel. Ik wil niet binnen een paar dagen naar huis. Niemand wil dat. Alhoewel? Je bent toch bang voor eventueel gezichtsverlies. Je bent kwetsbaar binnen zo’n concept en iedereen mag daar getuige van zijn. Nogal heftig niet? Ik begrijp dat potentielen om de genoemde redenen niet mee wilden of durfden te doen. Dat is gewoon mensenlijk hoor. Maar nu, achteraf, de groeten. Mijn mening moet ik bijstellen! Kritieken, vooroordelen en onzekerheden van de baan. De makers hebben gigantisch uitgepakt! Een ogenuitpuilende trip is het geworden. Voor geen goud had ik het willen missen. Om een jungle op een dergelijke manier te beleven is naar mijn mening alleen mogelijk in een concept als dat van B.I.T.B. Wekelijks, tot aan het punt van gebrek aan info, zal ik berichten over mijn belevenissen in de jungle van Argentinie en verduidelijken waarom B.I.T.B. van enorme waarde voor me is gebleken.
Alle deelnemers op een rijtje: Jacques Herb, Jody Bernal, Viola Holt, Jessica Gal, Valerie Zwikker, Faya Laurens, Menno Kohler, Liselotte van Dijk, Ruud Bernard en moi. Iguassu/Iguacu als locatie, gelegen aan de Argentijns-Braziliaanse grens. Met zijn 275 watervallen, 2.5 kilometer lang is zij een van de wereldwonderen van de (over)oude wereld. In de oorspronkelijke taal van de Guarani indianen betekent Iguassu “de grote wateren”. Informatie die je allemaal uit je hoofd leert voordat je aan de klus begint. Alle deelnemers proberen zich zo goed mogelijk voor te bereiden. Op Viola Holt na was nog niemand van ons in de jungle geweest. Spannend dus. Wat staat me in godsnaam te wachten, wat gaan ze met me doen. Moet ik op beestjes gaan knagen net als bij Fear-Factor. Word ik lekgestoken of gebeten door giftige slangen. Moet ik met brandende peuken kuddes bloedzuigers van mijn lijf jagen. Hoe ga ik me behoeden voor anaconda’s, puma’s, jaguars of voor beestjes die zich vanuit een boom op mijn hoofd neerstrijken. En wat kan me wel niet overkomen tijdens mijn slaap. Voorafgaand aan de trip zijn we platgespoten door de tropenarts om merkwaardige ziektes aan te vechten. Werken de vaccinaties en de malariapillen wel. Dingen die allemaal door mijn hoofd schieten. En wat moet ik in godsnaam meenemen voor zo’n trip. Je hebt wat afleveringen gezien van het vorige seizoen dus je weet bijvoorbeeld dat ze je willen uithongeren. Tenslotte, een lege maag wekt irritatie op en maakt je kwetsbaar. Mooie televisie. Veel proteine repen mee dan maar. Neemt weinig ruimte in beslag. Verder, mes, zaklamp, veel sokken, paar broeken, aansteker, mp3-speler, waterdichte zakken, bandana’s, zonnebril, zonnebrand, walkie-talkies (om de produktie af te luisteren), condooms?, vitamine pillen, toiletspullen, toiletpapier!! (ik vertik het om het in het water te doen of om een blad of vogeltje te gebruiken), warme trui. “Moet mn slaapzak nou mee of niet?”. Volgens de produktie mag het, maar komt de temperatuur ‘s nachts niet onder de 20 graden dus de door hun aangeboden lakenzak zou voldoende moeten zijn plus dat deze geen ruimte in beslag neemt. Alles moet namelijk meegedragen worden. Schijt, ik neem hem gewoon mee. Dat blijkt later een van mijn beste akties. Voor de rest alles maar gewoon op me af laten komen. Anticiperen heeft toch nauwelijks zin. De productie is te slim, te gehaaid en met anticiperen verlies je een stuk spontaniteit naar mijn mening. We zien wel is de houding.
Na een lange reis van 15 uur landen we in Iguassu, Argentinie. Helemaal brak. Lekker naar het hotel schatten we in. Dus niet.
Meteen het veld in. Ik dacht dat mn dienstijd er op zat.
Met zijn alleen worden we een gemotoriseerde huifkar in gepropt en de rimboe ingestuurd. Het heeft wel wat. Jacques gooit zijn keel open en “Manuela” galmt door het land van de Guarani..
De helft ligt te pitten, ik blijf wakker en absorbeer.
Grappig trouwens dat tijdens de rit een aanwezige tor of mug ons panische momenten kon bezorgen.
We komen aan bij een primitieve hut.. Luxer zouden we het niet krijgen zal later blijken.
Menno werpt zich als eerste van de groep op als leider en neemt de groep op sleeptouw. Hij wil dat zo.
Twee uur pitten maximal en gelijk de omgeving verkennen. En hup, de eerste giftige slang binnen handbereik. Jody wil met m spelen. Het beestje lijkt zo onschuldig. Zo dodelijk als de pest horen we later.
We worden onze veewagen weer ingeladen en verder de jungle ingestuurd.
Met een boot een stuk rivier over en weer aan land. Daar wacht onze eerste opdracht, de puaka opdracht. Onder toezicht van guarina indianen, de oorspronkelijke lokale indianenbevolking moeten er twee choza’s gebouwd worden. Een oorspronkelijke indianenhut die op palen gebouwd dient te worden voorzien van een rieten dak ter bescherming van de regen en gevaarlijke bewoners van de jungle. De vloer moet ongeveer een meter boven de grond liggen zodat vreemde snuiters als slangen en dergelijke niet de kans krijgen even gezellig tegen je aan te kruipen.
Klaar voor de start af. De mannen slepen het hout, timmeren en leggen het dak. De dames zorgen voor bladeren. Behalve Viola. Toekijken, rustig aclimatiseren een sigaretjes roken. Ik erger me er niet aan, maar het eerste conflict lijkt geboren. Jippie, ga zo door denken de cameramensen die zich onafgebroken door ons heen weven.
Valerie schreeuwt. Ze wordt ontgroend door een spin. Kut spin zegt Valerie, kut mens dacht de spin. Valerie een stijfe kaak. Arts erbij en gelijk een spuit in haar bips. Valerie klaagt niet. Ik vind haar dapper.
Nadat de choza’s zijn afgebouwd heeft Manuela (jawel, die presenteert het) een vrolijke mededeling. Alles moet herbepakt worden. We krijgen een piepklein rugzakje, die mag je volproppen. De rest moet je achterlaten. En dan nog iets, je eten moet je inleveren. Hufters.
Als schrale troost meteen de volgende opdracht. Van de waterkant zwemmen naar een vlot en met vlot en al terug zien te komen. Bijna niet te doen, de stroming is gigantisch sterk. Menno werpt zich op uiteraard. Toch tof, hoef ik niet nat te worden.
Op het vlot bevindt zich de troost. Lukt het Menno het vlot te bereiken en terug te halen?
‘s Avonds slachten wij de eerste kip in ons leven. Hebben ze kippen in de jungle? Blijkbaar. Ik hou de kop vast, Jody de poten, Menno hanteert het mes. Ben toch blij met die gast. Hij knapt het vuilste werk op. Bloed spat alle kanten op en het beestje schokt nog een halve minuut na. Ik toon weinig emotie, maar ben er behoorlijk van in de war.
Die nacht brengen we voor het eerst door op houten planken in de open lucht onder het genot van de meest onmogelijke geluiden.
Bobo’s in the Bush is begonnen!
Groet,
Ferri